Leesbegeleiding

'lezen moet je dóen'

Als je bij het technisch leren lezen vastloopt kan je bij Wijzer op maat terecht voor professionele begeleiding. Wijzer op maat maakt gebruik van de leesmethodiek 'lezen moet je dóén' van Trijntje de Wit

Lezen moet je dóén is een systematische opbouwmethodiek voor het leren lezen. De methodiek werd ontwikkeld vanuit de ervaring met geven van leeslessen aan leerlingen met een verstandelijke beperking.
Hieronder volgt een uitleg van de meest belangrijke kenmerken van de methode en de link naar de website.


Voor meer uitleg, prijzen en mogelijkheden kunt u contact opnemen via onderstaande knop.

Onderscheid lezen-schrijven

Het kenmerk dat vooral bepalend is voor het succes van deze leesmethode ligt in het feit dat er een basaal onderscheid wordt gemaakt tussen het leren lezen en het leren schrijven. Oefeningen die leiden tot het leren schrijven worden uitgesteld. Daardoor wordt het leren lezen een stuk eenvoudiger.


De klankgebaren

Er wordt een relatie gelegd tussen wat je hoort (de klank), wat je zegt (articulatie) en wat je ziet ( de letter). Het gebaar verbindt deze drie elementen op een natuurlijke manier. In het gebaar wordt het letterteken zichtbaar.





Het pictolezen

Beeldschrift waarbij elk woord wordt weergegeven met een plaatje of picto noemen we pictolezen. Pictolezen bevordert het schriftbewustzijn. Die plaatjes kun je lezen! Aan dit pictolezen worden vervolgens letters toegevoegd, net zoals onze voorouders dit deden. Dit maakt Lezen moet je dóén tot een natuurlijke methode.


Klanksynthese

Voor het leren lezen is het belangrijk om losse klanken te kunnen koppelen tot een betekenisvol woord. Het begrijpend lezen wordt hiermee vanaf het allereerste begin centraal gezet. De klankgebaren ondersteunen het proces van klanksynthese.


En omdat het leren schrijven als als innerlijk leerproces wordt uitgesteld, behoeft er dus geen aandacht te worden besteed aan lastige auditieve discriminatie oefeningen.

De lettervormen

De letters van het alfabet zijn samengesteld uit tien grondvormen. Door deze vormen te benoemen kan de leerling het gebaar en daarmee ook de klank van de letter oproepen.

Het principe is eenvoudig: de leerling kijkt naar de letter (bijvoorbeeld de p), verwoordt de vormen (een lange stok met een rondje bovenaan) en maakt het gebaar (de arm als lange stok in de lucht en de vuist als rondje bovenaan). Daarna volgt de klank vanzelf.

De volledige methodiek bestaat dus uit:

  • klankgebaarkoppeling
  • klanksynthese en woordbegrip
  • pictolezen
  • basisvormen en letterkennis
  • woorden lezen en begrijpen.